In naam van 31 Sabéniens werd een procedure gestart voor de Arbeidsrechtbank te Brussel wegens de niet naleving van het sociaal plan dat aan de werknemers van Sabena werd verleend naar aanleiding van het faillissement van Sabena op 7 november 2001.
Naast de procedure betreffende de niet naleving van het sociaal plan van Sabena, is er inderdaad ook een strafzaak, de Klacht van de 30 miljard. Het gaat om een klacht met burgerlijke partijstelling die gericht is tegen alle verantwoordelijken in het dossier Sabena: politici van de drie grote partijen zoals Di Rupo, Verhofstadt, Dehaene… leden van de Raad van Bestuur van Sabena, onder wie de vertegenwoordigers van de Belgische regering en vertegenwoordigers van Swissair. Die riskeren een gevangenisstraf of zware boetes. Naast de veroordeling van de schuldigen van het frauduleus faillissement, eisen wij de som van 30 miljard Bef terug, die het personeel collectief in Sabena heeft geïnvesteerd.
Door het indienen van de klacht werd een onderzoek gestart onder leiding van onderzoeksrechter Van Espen. Dit onderzoek is nu al drie jaar bezig. Wij eisen daarom nog steeds dat de regering de mogelijkheid en de nodige middelen geeft aan onderzoeksrechter Van Espen om het onderzoek naar het frauduleuze faillissement van Sabena tot een goed einde te kunnen brengen.
Er werd in de meeste gevallen reeds 80 % van de bevoorrechte schuldvordering (o.m. achterstallig loon en opzegvergoeding) door de curatoren aan de werknemers van Sabena uitbetaald. De overige 20 % zouden spoedig uitbetaald worden, doch werd er nog geen tijdstip bepaald.
Door het sociaal plan heeft de overheid zich verbonden op drie punten: brugpensioen, premies en herplaatsing.
Op 8 november hebben alle Sabéniens een kopie gekregen van het sociaal plan. Vrij snel werd duidelijk dat een aantal bepalingen niet werden nageleefd.
Met het CK30M (Comité van de Klacht van de 30 Miljard) hebben we contact genomen met de bevoegde instellingen en ministers. Deze weigerden echter pertinent in te gaan op de vraag van de Sabéniens om het sociaal plan correct uit te voeren. ‘ Jullie mogen al blij zijn dat je iets hebt gekregen ’, was een veel gehoorde opmerking op het kabinet van minister Onkelinx. Er bleef ons dan ook geen andere mogelijkheid over dan de zaak voor de Rechtbank te brengen.
Betreffende het brugpensioen bleek dat enkel de personen die 50 jaar waren voor 7 november 2001 het brugpensioen hadden gekregen. Nochtans stond er duidelijk in het sociaal plan dat iedereen die voor 31-12-2002 50 jaar werd recht had op het statuut van bruggepensioneerde.
Wij hebben dan ook aan de rechtbank gevraagd om aan de twee personen die zich in die situatie bevonden het statuut van bruggepensioneerde toe te kennen. Ondergeschikt, indien de rechtbank van oordeel was dat zij dit statuut niet kon verlenen, vroegen wij voor deze twee personen een schadevergoeding ten bedrage van de premie als bruggepensioneerde tot zij de pensioengerechtigde leeftijd hadden bereikt.
Betreffende de premies hebben zich verschillende problemen voorgedaan. Het voornaamste probleem is dat de premies werden uitbetaald pro rata de arbeidstijd. Nochtans was hiervan geen sprake in het oorspronkelijk sociaal plan. Op 21 november heeft de federale overheid echter een nieuwe nota opgesteld waarin zij stelt dat de premies pro rata de arbeidstijd worden uitbetaald. Verder bleek ook dat aan de bruggepensioneerden geen enkele premie werd uitbetaald. In verschillende dossiers bleek ook een verkeerde toepassing van de anciënniteit gebeurd te zijn.
Wij verzochten de rechtbank dan ook dat zij de Belgische Staat en het Fonds voor Sluiting van Ondernemingen zou veroordelen tot correcte uitbetaling van de premies.
Betreffende de herplaatsing bleek dat verschillende werknemers niet binnen de vijf dagen gecontacteerd waren, anderen zelfs helemaal niet. Zij hebben dan ook geen aanbod tot outplacement ontvangen. Dit was het geval voor acht personen van de 31 die in de dagvaarding staan (twee personen woonachtig in Vlaanderen, de anderen in Brussel).
Naar analogie van de CAO nr. 82 vragen zij om een schadevergoeding van € 1.800. Zij wezen de rechter er op dat de federale overheid aan de bevoegde instellingen (VDAB en BGDA) een bedrag van € 1.983,14 heeft uitbetaald.
In de eerste plaats heeft de rechter een zware kritiek op de federale regering gegeven. Het sociaal plan opgesteld door afgevaardigden van het kabinet van toenmalig minister van tewerkstelling Onkelinx bevat volgens de rechter niet enkel een aantal onduidelijkheden, maar zelfs onwettige bepalingen.
De federale regering stelt in het sociaal plan dat er een CAO inzake brugpensioen vanaf 50 jaar wordt afgesloten, maar heeft deze bevoegdheid helemaal niet. Betreffende de herplaatsing verbindt de federale regering de VDAB, FOREM en BGDA tot het oprichten van een tewerkstellingscel, terwijl zij ook hier geen bevoegdheid heeft.
De rechter stelt aldus duidelijk dat de federale regering illegaal heeft gehandeld. Zij verbindt daar echter niet de gevolgen aan die de werknemers van Sabena verzochten, namelijk een schadevergoeding. Ondanks de zware kritiek van de rechter, gaan de federale regering en de bevoegde instellingen op deze punten dus vrijuit. Wij gaan hiertegen dan ook beroep instellen.
Betreffende de premies heeft de rechter slechts gedeeltelijk uitspraak gedaan. De rechter stelt dat gezien het sociaal plan een gunst is van de federale regering, en gezien de mankementen in het sociaal plan, de premies moeten uitbetaald worden volgens de nota van 21 november 2001 en niet volgens het sociaal plan van 8 november 2001. Dit zou als gevolg hebben dat deeltijdsen slechts een deel van de premies krijgen en b.v. bruggepensioneerden helemaal niets.
Dit is onaanvaardbaar. Het sociaal plan van 8 november is aan iedere werknemer van Sabena opgestuurd en moet correct worden uitgevoerd voor iedereen. Wij gaan dan ook in beroep tegen deze beslissing.
De rechter heeft echter nog geen uitspraak gedaan in de concrete dossiers. Al bijna drie jaar is het kabinet perfect op de hoogte van de problemen. Zij weigerden echter pertinent om op deze problemen in te gaan. Desondanks dit, meent de rechter nu dat de federale regering nog wat extra tijd moet krijgen om op onze sluitende argumenten te antwoorden.
Wij gaan dus in beroep tegen dit vonnis. De zaak zal dan behandeld worden door het Arbeidshof te Brussel.
Verder gaan wij ook met dit vonnis naar de federale en regionale regeringen. Indien de rechter geen gevolgen geeft aan de illegale handelingen van het kabinet van minister Onkelinx, kunnen de regeringen dit wel doen. Wij gaan hen dan ook vragen om het sociaal plan alsnog correct uit te voeren.